OPVOEDINGSPROJECT KATHOLIEK ONDERWIJS REGIO MERKSEM

Inleidende beschouwingen

Bij het ontwerpen van een opvoedingsproject van de katholieke school kunnen verschillende inspiratiebronnen als leidraad dienen. Uiteraard is er het charisma en de christelijk-pedagogische visie van de stichters van de grote religieuze onderwijscongregaties en andere belangrijke figuren.

Voor onze scholen zal de inhoud van de opdrachtsverklaring van het VSKO en het opvoedingsproject van de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar een leidraad zijn.

De uitwerking van zulk project kan zeer verscheiden zijn. De klemtoon kan daarbij gelegd worden op de huidige tijdsgeest of op de vraag: wat voor scholen zijn wij? Wat voor scholen willen wij zijn?

Het spreekt voor zichzelf dat het project dat voorligt en deze wijze van presenteren slechts een van de mogelijke vormgevingen is.

Het uitschrijven van dit opvoedingsproject is mede ontstaan door dialoog, overleg en bezinning door de onderwijspartners. Via de participatieraden werden zowel de inrichtende macht als de directies, de personeelsleden, de ouders en de lokale gemeenschap van de scholen KOR Merksem hierbij betrokken. De verschillende participanten beschreven wat volgens hen de sterkste punten van hun school zijn. Door de antwoorden van de verschillende geledingen aan elkaar te toetsen en in elkaar te schuiven, kregen we het beeld dat deze partners van hun school ophingen.

Stemt de concrete werkelijkheid en de praktijk van de school overeen met het opgehangen beeld en hoe beantwoordt dit beeld aan het opvoedingsproject zoals het tot nu toe beschreven werd?

De antwoorden op deze vragen waren het onderwerp van bespreking tussen directeurs, pedagogische begeleiders en leden van de raad van beheer. De noodzaak om te komen tot het uitschrijven van een vernieuwd en geactualiseerd christelijk opvoedingsproject liet zich duidelijk voelen. Deze tekst wil een bijdrage zijn om hieraan tegemoet te komen.

Het formuleren van dit opvoedingsproject is maar een eerste stap; het zal "vlees en bloed" moeten worden in het dagelijks leven van elke school. Het wordt in de eerste plaats toevertrouwd aan de directie en het personeel om het elke dag zo goed mogelijk te realiseren ieder vanuit zijn specifieke taak en verantwoordelijkheid. Zij zullen het op hun beurt dienen te vertalen naar de andere onderwijspartners. De directie en de personeelsleden zullen alles in het werk stellen om de kansen te scheppen die een kind en een jongere nodig heeft om zich evenwichtig te ontplooien. Opvoeden heeft immers te maken met een vonk die overspringt, met het voorleven van wat we zelf als waardevol beschouwen. Het gaat niet om een mooie theorie maar om een droom die we samen koesteren en werkdadig trachten te maken.

Uitgangspunten

Onze scholen zijn in hun aanbod katholieke scholen.
De op 2 juni 1994 goedgekeurde "Opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs in Vlaanderen" verwoordt het klaar en duidelijk "De katholieke school is een vrije, door de Kerk erkende onderwijsinstelling, gegrondvest op de persoon van Jezus Christus". Op deze basistekst steunt ook de katholieke onderwijsgemeenschap van KOR Merksem. De grondvisie op het leven is verbonden met een geloofsvisie waardoor wij met een fundamenteel optimisme, vertrouwen en hoop de toekomst tegemoet gaan. Het gaat om de droom van Jezus van Nazareth die het kind op de eerste plaats stelt als het gaat om de toegangsmogelijkheden tot het Rijk Gods.
Ouders die hun kinderen aan onze scholen toevertrouwen moeten beseffen dat deze evangelische inspiratie bepalend is. Wij geloven dat het evangelie een boodschap bevat die van levensbelang is voor mens en samenleving.

Onze scholen zijn open scholen Zij hebben eerbied voor de opvattingen van de participanten van de schoolgemeenschap indien deze getuigen van bereidheid tot vredevol samenleven en respect voor het aangeboden opvoedingsproject. Wij kunnen immers moeilijk volhouden dat een school een gemeenschap van gelovigen is. Er is de pluriformiteit van levensvisies in onze samenleving, de onverschilligheid bij velen, de zeer uiteenlopende graden van betrokkenheid bij geloven en kerk in de gezinnen. Mede door de algemene leerplicht, brengen de kinderen en de jongeren deze verscheidenheid de school en de klas binnen.

Wij beseffen dat in onze tijd van versnippering een project dat een totale vorming van de jongere beoogt heel moeilijk realiseerbaar is. De school zal niet onder alle oogpunten antwoorden kunnen geven, maar zij zal zoveel als mogelijk degelijk onderwijs en algemene vorming aanbieden. Als inrichtende macht willen wij enkele belangrijke pijlers aanbrengen waaraan een school die zich "christelijk" noemt, zeker prioriteit moet geven. De diverse geledingen van de scholen van KOR Merksem, de directie en personeelsleden, de ouders, de vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap, hebben ten andere zelf belangrijke oriëntaties aangegeven die we graag onderschrijven en bevestigen.

Vanzelfsprekend is deze opsomming niet de enig mogelijke en is elke indeling wat kunstmatig. De diverse aspecten – wel te onderscheiden maar niet te scheiden – verwijzen naar mekaar.

Dit opvoedingsproject steunt op zes pijlers. Zo willen bij beklemtonen dat onze opvoeding

1.      streeft naar een totale persoonsvorming

2.      een kwalitatief hoogwaardig onderwijs aanbiedt

3.      kracht haalt uit een goede samenwerking

4.      steunt op een persoonsbevorderende relatie

5.      aandacht heeft voor de maximale ontplooiingskansen voor iedere leerling met voorkeurliefde voor de zwaksten

6.      zorg besteedt aan een eigentijdse en uitnodigende geloofsopvoeding

Zoals elke school zal de katholieke school een centrum zijn waar een goed onderwijs gegeven wordt, waar de omkadering gericht is op leerkrachten, opvoedend hulp- en administratief personeel en jongeren die er leven en werken.

Leerkrachten zullen zich blijvend vormen om een kwalitatief en hoogstaand onderwijs te kunnen geven. Leerlingen ervaren dan dat het inderdaad om hen gaat en niet om de leerstof op zichzelf. Zo krijgen zij de kans op het spoor te komen van al het goede en het waardevolle dat in hen verborgen ligt; zo leren ze onderscheiden waar het vanuit een evangelisch geďnspireerd mens- en wereldbeeld op aan komt.

Pijler 1 - De totale en integrale persoonvorming

Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het bijzonder "de nadruk op een pedagogische benadering van het kind en de jonge mens en willen ze helpen uitgroeien tot een evenwichtig persoon. Ze streven de totale vorming van de persoon na. De ontplooiing van hoofd, hart en handen staat daarin centraal". Zo verwoordt het de opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs in Vlaanderen. De pedagogische grondslag hiertoe bestaat uit het bieden van waardevol onderwijs, gekoppeld aan waardegerichte vorming. Doorheen de leervakken en doorheen het globale gedrag van een schoolgemeenschap zal men zien dat er ethisch-religieuze waarden in het spel zijn. De nadruk zal liggen op waarden zoals zin voor waarheid en schoonheid, dienstbaarheid, eerlijkheid, solidariteit, verdraagzaamheid, vrede, rechtvaardigheid en ecologische gevoeligheid. Op deze wijze kunnen onze scholen een levensvorming en een levenshouding meegeven waardoor de jongeren de samenleving kritisch benaderen en hun verantwoordelijkheid daarin leren begrijpen, om er zo later een zinvolle rol in te spelen.

In onze scholen hebben we ook aandacht voor de culturele en creatieve ontwikkeling van de leerlingen.

Het vormingsproject van onze scholen steunt derhalve op een veelzijdige opvatting over persoonsvorming. Het wil de leerlingen niet alleen "leren leren" maar ook "leren leven".
En is het geen groot voorrecht van de opvoeder kinderen en jongeren gevoelig te mogen maken voor het Mysterie dat schuilgaat achter de zichtbare kant van de werkelijkheid?

Pijler 2 – Kwalitatief hoogwaardig onderwijs

Onze scholen hebben de opdracht om op een hedendaagse en pedagogisch verantwoorde wijze aan kinderen en jongeren kwalitatief hoogwaardig onderwijs te bieden zowel op het vlak van de inhoud als op het vlak van de didactische verwerking (Cfr. Opdrachtsverklaring).

Leren en onderwijzen zijn niet alleen cognitieve maar ook sociale en gedragsactiviteiten en worden in deze visie begrepen als activiteiten van "hoofd, hart en handen". Ze gebeuren vanuit en staan gericht op kennis, vaardigheden en attitudes. Leren en onderwijzen zijn dus een kwestie van kennen, kunnen en zijn. Aldus worden leerlingen doorheen het leren geholpen verantwoorde keuzen te maken. Deze vorming tot persoonlijk, vrij en verantwoord stelling nemen, gebeurt op de wijze van de school, aangepast aan de leeftijd, de intellectuele en emotionele mogelijkheden en de leefsituatie van de leerlingen.

Onderwijzen is en blijft een zaak van deskundigheid en professionele opleiding en vorming. Pedagogisch-didactisch verantwoord werken blijft een prioritaire eis. Dit veronderstelt dat de leerkracht beschikt over een degelijk uitgewerkt jaarplan waarbij hij/zij oog heeft voor horizontale en verticale samenhang, meewerkt aan het vakoverleg op school, deelneemt aan overkoepelende vakvergaderingen/overlegmomenten om als teamlid de gekozen pedagogische prioriteit mee gestalte te geven, bereid is tot bijscholing/nascholing, de vernieuwing op de voet volgt, zo voldoende en aangepast mogelijk didactisch materieel ter beschikking heeft en specifieke vakliteratuur doorneemt.

Doelstellingen en inhoud van het leerplan zijn hierbij van doorslaggevend belang. Men zal aandacht hebben voor de samenhang tussen de verschillende leerinhouden en voor de opeenvolgende leerjaren. De zorg voor een degelijke en samenhangende inhoud vertaalt zich onder meer in de opbouw van het lessenpakket; de zorg voor een doeltreffende didactische aanpak, in een maximale communicatie tussen leerkracht en leerlingen. De betekenis van een goede evaluatieprocedure, een evenwichtige vraagstelling, een verantwoorde quotering bij toetsen, de registratie van de vorderingen, mogen in dit verband niet onderschat worden. In de klassenraden/het multidisciplinair overleg kunnen de leerlingbesprekingen leiden tot remediëringsmogelijkheden met – indien gewenst en nodig – doorverwijzing naar CLB. Voor de leerlingen van het secundair onderwijs kan het werken aan een meerjarenplan rond "leren leren" een stevige stimulans zijn. Het basisonderwijs stimuleert om "leren leren" te integreren in de verschillende vakgebieden. Het komt er dus om aan dat de eindtermen/ontwikkelingsdoelen – zoals verwoord in de leer- en vormingsplannen van het katholiek onderwijs – bereikt worden om tot een kwalitatief hoogwaardig onderwijs te komen.

Pijler 3 – Samenwerking in gemeenschap

De verbondenheid in onze scholen willen wij beklemtonen door iedereen te betrekken bij het scheppen van een hartelijk leefklimaat, waar onderlinge waardering bijdraagt tot een goede leef- en leersfeer. Dit zal ons lukken als we telkens opnieuw kiezen voor de dialoog, streven naar eensgezindheid over het essentiële, elkaar bemoedigen in de eigen gaven en samen werken aan de opdrachten van de school.

Een goede samenwerking in een groep met diverse participanten vraagt om aangepaste structuren. Een goed organisatie- en communicatiekader helpt om een gunstig werk- en schoolklimaat tot stand te brengen. Dit veronderstelt duidelijke communicatie- en overlegmomenten.

Zeer belangrijk is een team enthousiaste en toegewijde leerkrachten die een goed evenwicht vinden tussen hun autonomie en collegialiteit met mekaar.

Zeker mogen we de leerlingen niet vergeten. Om hen gaat het! De jongeren van het secundair onderwijs moeten we van jongsaf uitnodigen om mee hun school te maken: bijvoorbeeld als verantwoordelijken voor hun klasgroep, als verantwoordelijken in de leerlingenraad. Zo leren ze op het oefenveld van de school hoe ze zich maatschappelijk kunnen inzetten.

Vanzelfsprekend in het belangrijk dat we diensten zoals CLB, de begeleiding betrekken bij ons werk. Ook de ouders en de vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap worden uiteraard betrokken bij de uitbouw van onze scholen langs de participatieraden. Gans ons opvoedingsproject zal slechts een boom zijn die goede vruchten draagt als hij kan groeien en rijpen in de humus van onze onderlinge samenwerking en vertrouwen.

Onze school wordt zo een milieu waar directie, leerkrachten, opvoedend hulp- en administratief personeel met elkaar omgaan in de geest van Jezus Christus en dit in nauwe samenwerking met de ouders.

Laat ons daarom elkaar vinden in het bondgenootschap van goede wil. Komt het er uiteindelijk niet op aan om samen naar best vermogen een beetje concrete gestalte te geven aan het Rijk Gods? Ijverig alsof alles van ons afhangt maar in het bevrijdende besef dat niets gebeurt zonder Hem en dat hij de wereld ten goede keert.

Pijler 4 – Persoonsbevorderende relatie

De kunst van het samenleven tussen gelijkgezinden en andersdenkenden, tussen vrienden en vreemden is niet aangeboren. De kinderen en de jongeren moeten het leren. De vele gevallen van "pesten en plagen op school" zijn het duidelijkst voorbeeld dat er op dat gebied nog veel te doen valt. Zouden wij, als opvoeders, in het spoor van Jezus, kinderen en jongeren die uitgesloten worden, niet terug in de kring plaatsen? Jongeren hebben in onze drukke samenleving vaak behoefte aan genegenheid, aan warmte. Zij zoeken hulp en hebben nood aan een luisterend oor. Dit kan om het even welke leerkracht zijn of een bepaalde vertrouwenspersoon. Toch is het wijs als opvoeder de eigen grenzen te zien en waar nodig door te verwijzen naar meer gespecialiseerde hulpverleners.

Jongeren moeten leren leven met hun seksualiteit en moeten ook leren omgaan met elkaar. Daarom is relationele en seksuele vorming meer dan noodzakelijk. Is het niet wenselijk dat een groep opvoeders aan dit belangrijk aspect een bijzondere aandacht besteedt?

De leerlingen moeten voelen dat de leerkrachten hart hebben voor wat hen raakt, oog hebben voor wat hen interesseert en om hen bezorgd zijn. Zo bevorderen zij bij hen een gezond gevoel van zelfrespect. Ze moeten zich geborgen en veilig voelen in warme liefde en in hun leerkrachten goede eigenschappen van een vader en een moeder terugvinden. Dan bekijken we onze leerlingen met de ogen van Jezus, die in elke mens een kind van de Vader zag.

Een opvoeder die aanwezig wil zijn, vermijdt onnodige afstand. Hij kiest voor een pedagogische relatie waar gezag gebruikt wordt in positieve, opbouwende zin en waar consequente gestrengheid helpt. Daarom spreekt hij een taal die getuigt van tact en respect voor elk kind en elke jongere. We geloven in een school waar orde en tucht worden gezien in functie van de ontplooiingskansen van de kinderen en van de jongeren.

Jongeren moeten bekwaam gemaakt worden om weerbaar en vastberaden te zijn. Daarom hebben zij nood aan opvoeders die hen bekwaam maken om de veeleisende wereld te trotseren, die grenzen durven stellen en er niet voor terugschrikken hen op te vorderen om trouw te zijn aan hun goede voornemens en diepste verlangens.

Pijler 5 – Maximale ontplooiingskansen voor iedere leerling met voorkeurliefde voor de zwaksten

Alle kinderen zonder onderscheid zijn in onze scholen welkom. Ieder kind moet maximale kansen krijgen. Dit gebeurt door aangepast onderwijs, door differentiërende en individualiserende werkvormen. We volgen hen goed op en werken een attente begeleiding en evaluatie uit.

De leerkracht kan vele leefproblemen van kinderen en jongeren opvangen als eerstelijner vanuit de kracht van zijn persoon-zijn maar moet ook zijn grenzen bewaken: hij moet alert zijn om waar nodig door te verwijzen naar professionele hulpverleners.

Onze scholen geven aan leerzwakke en leervertraagde leerlingen extra aandacht. Het schoolleven mag geen wedloop zijn om de hoogste punten te scoren. Voor de school is het eerder een erezaak om mensen te vormen die geven wat ze kunnen.

Door zorgverbreding kiezen zijn voor differentiatie, zoeken zij naar een uitgewerkte remediëringspraktijk en ijveren zij voor een goed uitgebouwde leerlingenbegeleiding. Het is overigens het doel elk kind te leren kiezen op basis van zijn eigen mogelijkheden.

Het evangelie belooft het geluk voor wie in het spoor van Jezus kiest voor de arme, de weerloze, de zwakke. Wie zijn de zwaksten in onze tijd? Als we vandaag trouw proberen te zijn aan het evangelie zal uit onze concrete praktijk moeten blijken hoe we hedendaagse vormen van armoede verhelpen. Kansarm zijn voor ons die kinderen en jongeren die op een of ander vlak kansen missen om volwaardig mens te worden, te zijn of te blijven. We denken hier onder meer aan de materieel en/of spiritueel armen, aan migrantenkinderen, aan kinderen die minder aantrekkelijk zijn, minder verbaalvaardig, minder intelligent of sociaal zijn, aan kinderen met een moeilijk karakter of met emotionele problemen. Ze hebben recht op onze uitdrukkelijke solidariteit.

De zijde kiezen van de weerlozen en de meest kwetsbaren vraagt ook om een maatschappelijke optie. Wij moeten in deze complexe samenleving aan onze jongeren een maatschappelijke en politieke vorming aanbieden die aandacht voor democratie, multicultureel samenleven, dichtbij en veraf.

Het evangelie is tegelijk een utopie, een aanklacht en een oproep. Bijgevolg zullen onze scholen onze jongeren uitnodigen om op een kritische en creatieve manier op te komen voor een wereld die meer gericht is op vrede, gerechtigheid en liefde.

Jongeren hopen op een mooie toekomst. Daarom zal de opvoeding in onze scholen gekenmerkt zijn door een groot en realistisch geloof in de toekomst.

Pijler 6 – Eigentijdse en uitnodigende geloofsopvoeding

Deze pijler is uiteraard verweven met de andere pijlers omdat het ons te doen is om een uitnodigende geloofsopvoeding doorheen het ganse onderwijsgebeuren.

Onze samenleving is grondig veranderd en verandert voortdurend. Kinderen, jongeren en personeel vertonen trouwens een grote verscheidenheid van levensbeschouwelijke betrokkenheid.
Die verscheidenheid in geloof en levensbeschouwing maken het de kinderen en de jongeren niet gemakkelijker om op het vlak van zingeving tot integratie en een persoonlijke keuze te komen.

Als katholieke scholen laten onze scholen zich inspireren door het Evangelie. "De katholieke school is een werk- en leefgemeenschap waarin men gezamenlijk het christelijk geloof beleeft, in het bijzonder op de intense momenten van vreugde en pijn, van lukken en mislukken. Zij is gekenmerkt door haar zorg voor de beleving van de evangelische en tevens authentiek humane waarden." We kunnen hierbij denken aan respect voor het leven, trouw, rechtvaardigheid, vrede, vrijheid.

De katholieke school is herkenbaar aan de getuigenis van haar leden. Getuigen betekent de anderen met eerbied benaderen, de waarheid laten zijn, zonder die met geweld op te dringen; inzicht proberen bij te brengen, zonder de vrijheid van de anderen te kwetsen.

Openheid voor de diepere levensvragen kenmerkt de katholieke school" (cfr. Opdrachtsverklaring).

Wij hopen dat onze jonge mensen mogen ontdekken hoe christendom mensbevorderend is. We hopen dat ze leren inzien hoe in het perspectief van het Evangelie de menselijke persoon een waardigheid krijgt zonder weerga.

Opvoeden tot christenen is de christelijke geloofsverkondiging in woord en daad behartigen zowel in een degelijke catechese als door de levensovertuiging die de opvoeder uitstraalt. Het klimaat waarin het schoolteam werkt, de sfeer op school, de ruimte die vrij gemaakt wordt voor bezinning en gebed, voor feesten en sacramentele vieringen zijn daarbij heel belangrijk. Ze zijn ook een wijze om de verbondenheid met de grote kerkgemeenschap te beleven.

Onze tijd vraagt om een eigentijdse geloofsverkondiging voor kinderen en om een onderricht dat de jonge mens helpt bij zijn religieuze groei. We zullen een nieuwe taal en nieuwe rituelen moeten zoeken. Het gaat er ons om dat jongeren groeien in geloof. Het samen-onder-weg-zijn vraagt aan ieder te delen in de zorg om het hoofd, het hart en de handen van jongeren gelovig te vormen.

Gelovig worden is immers een levenslange zoektocht, met momenten van ontvankelijkheid en luisterbereidheid, met momenten van inkeer en inzet, maar ook met momenten van ontoegankelijkheid en verzet. Onze scholen werken aan die zoektocht mee om Gods aanwezigheid te ontdekken in de wereld rondom ons, in onszelf, in de anderen. Jezus wijst ons daarbij de weg en is ons voorbeeld.
Zoals reeds verwoord zijn leerlingen die onze christelijke visie niet delen welkom in onze scholen op voorwaarde dat zij getuigen van bereidheid tot vredevol samenleven en van respect voor de specifieke inspiratie.

Epiloog

De inrichtende macht doet een oproep tot alle medewerkers van KOR Merksem om dit opvoedingsproject "levend" te laten worden voor de kinderen en de jongeren die ons worden toevertrouwd.
In het schoolwerkplan zullen zij dan ook dit opvoedingsproject omzetten in een concrete, haalbare en verifieerbare praktijk in eigen school.

"Christelijk-gelovig geďnspireerd onderwijs, katholiek herkenbaar onderwijs: het vergt de inzet van vele mensen in de scholen. Het veronderstelt ook de steun van een levende geloofsgemeenschap, van de kerkgemeenschap. Zij mogen zich ook gedragen weten door Gods grote kracht die in Jezus was, de H. Geest. Zij mogen het doen met het vertrouwen van de zaaier, maar ook vanuit het besef dat men zoals voor de opvoeding in het algemeen, niet steeds op korte termijn het resultaat zal zien. Werken aan kwalitatief hoogwaardig onderwijs op christelijk-gelovige basis blijft een boeiende opdracht en het is ook een uitdaging". (A. De Wolf)

Mogen wij allen samen vol vertrouwen de bemoedigende woorden van Mgr. P. Van den Berghe op het bezinningscongres in Antwerpen tot de onze maken: "Maar zie, het kan".